is toegevoegd aan uw favorieten.

Pius-almanak ...; jaarboek van katholiek Nederland, jrg 4, 1878, 1878

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarna hij benoemd werd tot pastoor te Best, waar hij tot in 1832 bleef. In beide betrekkingen onderscheidde hii zich zoozeer, dat, toen in genoemd j aar de aanzienlijke parochie ’t Heike te Tilburg openkwam, hij tot pastoor daarvan werd benoemd.

ln deze -ewichtige betrekking konden de talenten van den eerw heer Zwijsen zich in al hunne kracht openbaren en zijne deugden tot heil strekken van eene breede schaar van geloovigen. ’t Waren voornamelijk twee zaken die daar al de werkzaamheid van pastoor Zwijsen in beslag namen, namelijk het onderwijs der jeugd en de verzorging der armen onder geestelijk en tijdehjk onzicht. Reeds in 1833 stichtte hij het Liefdehuis, een aLvankelijk nederige stichting, maar die weldra de kweekschool en het moederhuis werd van een aantal dereelijke inrichtingen in Nederland en zelfs m het buitenland, o. a. in Engeland; voorts dankte Tilburg hem twee armenscholen, een oude-mannen- en een oudevrouwenhuis en een gasthuis voor minvermogende zieken Is het wonder, dat Tilburg, hetwelk zijn pastoor zooveel te danken heeft, den edelen priester steeds de arootste liefde heeft toegedragen en juichte en juDelde, toen hij tot hooge waardigheden verheven werd!

Maar daar waren ook anderen, die pastoor Zwijsen leerden kennen en hoogachten. De gebeurtenissen van liet iaar 1830 brachten Noord-Nederland m zeer nauwe aLraking met het Zuiden des lands, en Brabant zag OU zlin grond een groot aantal zonen van Nederland lilt al diens provinciën. Velen hunner was pastoor Zwijgen ten hulp en raad, en daarvan plukte Brabant weilerkeeri- de vruchten. Daar het hoofdkwartier van den Prins van Oranje te Tilburg was gevestigd en de ridderlijke Oranjetelg als van zelf in de gelegenheid kwam de hooge deugden van pastoor Zwijsen te leeren kennen dit allervoordeehgst op de onderlinge betrekkin- der veelal Protestantsche Noord-Nederlanders en Katholieke Noord-Brabanters. De Prins van Oranje dacht later steeds met genoegen aan de dagen, welke