is toegevoegd aan uw favorieten.

Pius-almanak ...; jaarboek van katholiek Nederland, jrg 6, 1880, 1880

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelaatstrekken mij reeds bij de aanschouwing van zijn beeltenis doen ontroeren, en uitroepen, „o, was ik te 'Rome, hoe gelukkig zoude ik zijn!”

Met spotachtige verwondering had Hippolite de van begeestering getuigende uitroep der in haar vroomheid zoo beminnelijke Napolitaansche aangehoord; en daar hij het portret van den alombeminden en geëerden Paus liever in haar bezit zag, dan dat van ieder anderen man, zoo het er althans een was naar de wereld, vond hij er niets in, dat zij aan hare neiging voedsel gaf. Daarom zeide hij:

„Wanneer gij gaarne bij uw tante zijt, die in den omtrek van Rome woont, zie dan bij haar in betrekking te komen; zij is immers een dame die niet ongefortuneerd is, en kan u altijd voor iets gebruiken. TJw broeder, is, door uw driejarige afwezigheid gewis aan het alleenzijn gewoon geraakt en zal zijn toestemming niet weigeren.”

„En nu, Battista, moet ik u verlaten. Ik durf waarlijk niet langer te blijven. Hoe het mij gelukken zal bij mijn kameraden terug te keeren, zonder dat mijn kolonel het bemerkt, weet ik niet. Tk heb veel gewaagd, goede meid; wie weet of men mijn afwezigheid al niet ontdekt heeft, en dan beschouwt men mij als deserteur.”

„Gerechtige hemel! dan schieten ze u dood , Hippolite, ach, hadde ik dat geweten, ik zon u eergisteren niet aangespoord hebben terug te komen, wat ben ik beangst ! ”

„Maak u niet noodeloos ongerust, de kolonel ia mij zoo vijandig niet, en al de andere officieren zijn mijn vrienden. Zij weten zeer goed, dat ik mij nooit uit lafhartigheid aan den strijd onttrekken zou, en wat het is, een vriendin als gij vaarwel te zeggen.”

„Belooft ge mij te bidden, Hippolite ?” ,/vroeg zij an« dermaal.”

,Ongetwijfeld,” was het antwoord, „en nu vaarwel,