is toegevoegd aan uw favorieten.

Pius-almanak ...; jaarboek van katholiek Nederland, jrg 8, 1882, 1882

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Versierd door Jesus’ bloed , als stempel, Het ware afbeeldsel van den groeten wereldtempel.

Och ! kon ik op dien grondsteen thans Mijn hoofd ter ruste leggen, Dan zag ik de Engelen vol glans, En mocht met d’ouden Jacob zeggen:

„Hoe schrikwekkend is dit oord! Want dit is het Huis des Heeren, En de ware Hemelpoort,

Waar wij naar onz’ oorsprong keeren, Naar het eeuwig zalige oord!” God ! wat groote plechtigheden Zie ik vieren om den steen!

Wat een koor van harte-beden Stijgen naar de Heemlen heen! Kjijgsklaroenen joelen , schaatren Langs de straten, langs de waatren.

Daar naakt de kerhprelaat In gouden feestgewaad.

Zijn eerste stap heeft ’t oord veranderd ; Hij heeft den heilgen zegestanderd Op vruchtbren bodem vastgephint. Het Kruis is schitterend omrand

Van lichtjes, even als de Mane Omstuwd van starren aan d’azuren hemelbane In zomer-avond praalt. Triumf! Alleluja 1 De zege is thans behaald!

Laat liedren uit de borsten stroomen! De plaats is in bezit genomen

Voor ’t godgewijde Huis Door ’t daar geplante heilig Kruis. Zoo plant een veldheer ook het vaandel der soldaten

Op de ingestorte stad , door kogels en granaten Bestormd en van den grond gevaagd. Ban daagt