is toegevoegd aan uw favorieten.

Pius-almanak ...; jaarboek van katholiek Nederland, jrg 8, 1882, 1882

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LEER OH LEER.

. r> Brillenhoopman. Niets te handelen heeren, fijn geslepen brillenglazen?

Een ipoivogel. Laat eens zien I (Hij zet den bril op en ziet den ouden koopman aan). W el, dat zijn eigenaardige glazen, daar zie ik niets dan spitsboeven door!

Brillenhoopman. Laat mij dan eens zien. (Hij ziet den grappenmaker lang en ernstig door den bril aan). Ja waarlijk! Dat is vreemd! Mijnheer heeft volkomen gelijk !

SLAGVAARDIG.

Waarvoor houd je ons, dat je met den hoed op je hoofd aan ons tafeltje komt zitten ?

Voor beschaafde jongelui. En we houden u voor een vlegel. Wat men zich in elkaar bedriegen kan!

EEN ONBEGRIJPELIJKE ECHTGENOOTE,

’t Is zulk een prachtig weer, Adolf. Wat zou je wel doen, als je eens een lieve man was? Dan bleef ik gezellig bij je thuis.

DIE WEET HET OOK.

Een heer, die een buitenplaats bewoont, sprak eens met zijn tuinman, die zeide:

Alles is erg ten achteren, mijnheer, erg!

Dat is zoo, Hendrik, maar toch ben ik nog verbaasd, hoe de bladeren kunnen uitkomen in zulk guur weêr.

Wat zal ik u zeggen, mijnheer de gewoonte!

ZEER WAARSCHIJNLIJK.

Beambte. Hoe heet je en waar woon je. Man. Jan Jochems uit Luren.

Beambte. Is niet verleden jaar een Jochems door den bliksem doodgeslagen?

Man. Ja, maar dat ben ik niet!