is toegevoegd aan uw favorieten.

Pius-almanak ...; jaarboek van katholiek Nederland, jrg 11, 1885, 1885

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terstondt met groote vreese gheloopen tot den Magistraet ende Hoochduytsche Edel IJeeren, met de welcke hij daeghs te voeren goet cier ghemaekt hadde, ende hunlieden verkondight die schroomelijcke ende schandelijcke doodt van onsen Meester Marten Luther. De welcke sij verstaen hebbende ■ende met seer grooter vreese bevanghen wesende' hebben ons veel groote dinghen belooft, ende grootelijcks ghedreyght, ende doen sweeren.

Ten eersten. Dat wij dit niemandt ter wereldt souden veropenbaren, ofte te kennen gheven.

Ten tweeden. Dat wij ’t lichaam van onsen Meester Merten Luther verhaughen, den strop van sijneii hals doende, eeilijck in syn bedde souden le°'gen.

Ten derden, dat wij soiiden verbreijden onder den volcke, dat mijnen Meester Merten Luther subbijthelijck ghestorven was. Waertoe wij versoclit wesende van dese voorghenoemde Edel lïeeren, hebben ’t selfde oock ghedaen, door beloften en dreygheinenten van hunlieden hiertoe beweeght wesende. Maer door vroeginge der consciëntie hebben ten lesten nu de rechte waerheiit verklaert, etc. Haec illc.

Van den dood van .Jan Calvijn schrijft Petrus la Faille bladzijde 122. Tot noch toe hebben wij ghesproken van zijn leven, ende hoe dat hij hem ghedraghen heeft en de beste dagen zijnes levens ghesont en wel te pas wesende; nu sullen wij voorder gaen spreken van zijn doodt, ende van zijn leste dagen, ofte van de leste jaren zijnes levens, ende verschoijden siekten met dewelcke hij voor zijn doot is seer ghequelt geweest. Theodorus Deza seijt dat hij in de leste jaren zijnes levens is ghequelt geweest met die teeringhe, het colipompas, korten adem, graveel, gicht, fledercijn, speenen, bloedtganck, behalven noch boven zijnen grooten hooftsweer daer hij doorgaens mede gheplaeglit