is toegevoegd aan uw favorieten.

Pius-almanak ...; jaarboek van katholiek Nederland, jrg 11, 1885, 1885

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onder luid hoera ging het in feestelijken optocht naar de stad; al de jongens, die langs den weg kwamen, sloten zich al zingend bij den stoet aan, en toen deze voor het politiebureau was aangekomen, stond de heele straat vol volk, die allen om strijd van de Twee vrienden zongen; want het geval was natuurlijk al van mond tot mond gegaan en ieder had er pret in. Hoe het met de twee vrienden afliep behoef ik niet verder te vertellen. Maar misschien is de lezer nog nieuwsgierig om te weten hoe de twee kasteleins zoo plotseling, des morgens om vijf uur, in de herberg aan den Boomveldschen weg uit de lucht kwamen gevallen. Dat was heeleenvoudig in zijn werk gegaan; zoodra de kastelein zag dat hij met dezelfde snuiters te doen had, die zijn beide collega’s zoo bij den neus genomen liadden, had hij dezen allebei laten waarschuwen en hen uitgenoodigd, als zij eene grap wilden beleven, dien morgen vóór vijven bij hem aan huis te zijn. Dit hadden zij beiden met genoegen gedaan; want zij waren natuurlijk niet weinig nieuwsgierig om te zien, waarin die matinale grap zou bestaan. En ik durf verzekeren dat zij geen spijt hadden, aan de uitnoodiging van hun slimmen collega gevolg te hebben gegeven.

Deze had, terwijl de beide vriendjes zich aan zijne tafel te goed deden, den bodem van de mand op verscheidene plaatsen losgesneden, zoodat die nog maar met een paar'teentjes aan de mand vast zat; hij had het echter zoo aangelegd dat het niet in het oog viel, en dat de bodem het ook nog wel een paar minuten kon uithouden.

Zijne list was gelukt en aan de komedie der twee vrienden voor goed een einde gemaakt. Zoo ziet men alweer dat ook ten slotte de slimste in zijn eigen netten verstrikt raakt, en dat het dus maar het raadzaamst is niet te doen als de twee vrienden; dan behoeft men niet bang te zijn evenals het blauwlakensche heertje door de mand te vallen.