is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 48, 1898, no 283-288, 1898

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nen stellen: hoe meer, hoe beter. Ik vervul dus te gelijk een plicht van dankbaarheid en gehoorzaamheid met U Hoogeerw. eenige regels toe te zenden. Daar ik échter niet weet, in hoeverre U Hoogeerw. reeds ingelicht zijt, ben ik zoo vrij maar ab ovo te beginnen.

Na de bisschoppelijke vergadering van T’ai-iuen-fou besloot Mgr. Hamer in 1881 tot de oprichting van een seminarie, welks leiding hij toevertrouwde aan A. Guelny, welke drie zijner schooljongens aannam als studenten. Hetzelfde jaar kwamen er nog een paar bij , zoodat het eerste studiejaar vijf studenten telde. Het tweede en derde jaar groeide hun getal nogmaals een beetje aan, totdat Monseigneur Hamer door bemiddeling van ÜHoogeerwaarde eenige studiebeurzen kreeg, die hem in staat stelden de onkosten voor onderhoud en onderricht der studenten te dekken. Eenige jaren nadien vertrok Mgr. Hamer naar Santao-ho , doch de aalmoezen der edelmoedige weldoeners blijven voortdurend hunne vruchten dragen. Deze vruchten hebben tot hiertoe misschien niet beantwoord aan de verwachting der stichters , doch men mag toch zeggen , dat, buiten den zegen des Heeren, dien zij zelven voor hunne edelmoedigheid ontvangen, ook voor de studenten, die op de beurzen gestudeerd hebben, die weldaad niet vruchteloos geweest is.

De reden, waarom ons seminarie tot hiertoe nog geen priesters heeft voortgebracht, zal ik ÜHoogeerw. in ’t kort uitleggen. Zonder te spreken van de heidensche omgeving, waarin onze studenten geleefd hebben tot hunne intrede in ’t seminarie en die noodzakelijk eenigen indruk in hunne harten heeft achtergelaten, zal ik zoo vrij zijn eene vergelijking te maken tusschen de 3000 christenen van Kansoe en een even groot getal uit ’t bisdom ’s Bosch. Als voorbeeld zal ik maar een paar parochies nemen uit ’t land van Kuik, welks buurman ik ben. De bewoners van heel die streek zijn oude, brave christenen, onder welken er velen gevonden worden, die zonder millionnairs te zijn, toch genoegzaam door O, L. Heer met aardsche goederen gezegend zijn om hunne zonen te laten studeeren, terwijl er boven-