is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 48, 1898, no 283-288, 1898

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inderdaad ernstig, en de ongelukkigen, die hoopten tegen alle hoop in, richtten zich tot den Sjeng-Moe-Tang (zoo heet het gesticht der Zusters Franciscanessen van Maria te Y-tsjang) oin eene genezing, die ónmogelijk scheen, te bekomen. Een voor een waren de mannen en vrouwen bij de Zuster ter apotheek geweest; deze droeg een fleschje mede, gene een potje, een ander een poeder en allen nauwkeurige voorschriften met de uitnoodiging om terug te komen. Toen allen weg waren, vroeg de Zuster aan den Chinees, dien zij voortdurend in het oog had gehouden, wat hij verlangde.

De man zweeg, alsof zijne vraag hem te vermetel scheen.

Komaan, zei de Zuster, laat eens hooren.

De zieke werd een weinig stouter en vroeg op half angstigen toon : Koenenee, zoudt ge mij niet eene plaats in uw gasthuis willen verleenen ?

Wat scheelt er aan, vriend ?

Zonder te antwoorden ontdeed de man zich van zijn schoeisel en toonde aan de kloosterlinge twee voeten, zwart gebrand en in eenen gevorderden staat van ontbinding. In de lange jaren, die zij reeds aan de ziekenverpleging wijdde en waarin zij zeer veel ondervinding opdeed omtrent de kwalen, waaraan het menschelijk lichaam onderhevig is, had zij nooit iets zoo afzichtelijk , zoo afschuwwekkend gezien; doch de opwellingen der natuur aanstonds onderdrukkende, verzocht zij den zieke zich neder te zetten en onderzocht de ledematen, die zoo hevig aangetast waren. Het was blijkbaar , dat de Chinees vreeselijke smarten leed : ieder oogenblik dreigde hij in bezwijming te valllen.

Onder zulke folteringen kan hij niet lang meer blijven leven, zuchtte de Zuster; doch wat gedaan ? ’t Gasthuis is vol. Ik kan echter dien ongelukkige ook niet wegzenden. Kom, de anderen moeten zich maar een beetje schikken; dan kan hij ook nog wel een plaatsje vinden. En na den man eenige verkwikking te hebben aangeboden, vervolgde zij op luiden toon : Tolg mij , vriend.

Hij stond op en ging mede naar ’t gasthuis.