is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 48, 1898, no 283-288, 1898

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voortdurend gebed en een akte van onderwerping aan den H. Wil Gods.

Mij dunkt, ik zie nog een onzer kleine weesmeisjes, zesjaren oud en mij tijdens een mijner reizen afgestaan. Zij was eene dochter van Chineescbe ouders en kende geen woord Annamitisch Bij hare aankomst in ons weeshuis zouden onze kinderen , steeds verheugd als zij eene nieuwe gezellin welkom mogen heeten , haar gaarne aan het praten gehad hebben ; maar de geliefde kleine kon zich slechts uitdrukken door een beminnelijken glimlach Zij was zoo zachtaardig, goedig en lieftallig, dat zij voor den hemel scheen geschapen.

In minder dan drie maanden tijd kon zij zich niet slechts door hare gezellinnen doen verstaan, maar had zij ook hare gebeden en verscheidene lessen uit den catechismus geleerd'. Op zekeren morgen bemerkte hare meesteres, dat zij ziek was.

Wat scheelt er aan, mijn kind ? Ik ga sterven, maak, dat ik het H. Doopsel ontvange, opdat ik naar den hemel ga. De missionaris wordt spoedig geroepen en heeft nog juist den tijd om de kleine het Sacrament der wedergeboorte toe te dienen. Een oogenblik later telde de hemel een engeltje meer.

De cholera heeft dit jaar met zulke hevigheid gewoed, dat men , ondanks de spoedig aangebrachte hulp , de genezing der zieken niet mocht verhopen en zich moest haasten om hen tot het Doopsel voor te bereiden. Als voorbeeld hiervan haal ik den roeier aan, die in een bootje naar den oever voer tegenover ons gasthuis; nauwelijks hadden wij hem opgenomen , of hij begon te ijlen. Gelukkig had deze man langen tijd bij christelijke meesters gediend , die hem onderrichtten , zoodat wij hem op zijn verzoek het H. Doopsel konden toedienen.

Tijdens deze verschrikkelijke ziekte hebben wij ook eene beroemde bonzin mogen doopen, die bij al de heidenen van den omtrek in zeer hoog aanzien stond. Zij had een gasthuis geopend voor hetwelk men somtijds tot twintig bootjes met zieken zag liggen. leder jaar woonde zij de kerstmis bij in de christenheid van Cón Phuoc en bracht ook aan de geloovigen eenig