is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 49, 1899, no 289-294, 1899

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EENIGE AANTEEZENINGEN UIT DE GESCHIEDENIS DES GENOOTSOHAPS.

Toen het Genootschap der H. Kindsheid van Jesus voor het eerst in het Diocees van ’s-Bosch werd gevestigd, had het sedert eenige jaren reeds de eerste beproevingen doorworsteld, maar was toch, mag men zeggen, eerst in zijne opkomst, vooral buiten Frankrijk , waar het, met uitzondering van België , nog zeer weinig was verspreid.

Aanvankelijk, na zijne oprichting in 1843 te Parijs, maakte het in onderscheidene Fransche Bisdommen niet onaanzienlijken voortgang; doch weldra kwam er hevige tegenspraak, ontstaan uit eene in den grond loffelijke, maar toch mm verstandige bezorgdheid voor het Genootschap van de Voortplanting des Geloofs. De vooringenomenheid van sommigen was van dien aard, dat de H. Stoel voorzichtigheidshalve voor alsnog het stilzwijgen meende te moeten bewaren. Toen nu spoedig, den 11 Juli 1844, de stichter des Genootschaps, Mgr. de Forbin-Janson, uit dit leven scheidde, vreesden of verwachtten niet weinigen, dat zijn werk met hem ten grave zou dalen.

Het tegendeel had plaats. Reeds den 10 Augustus 1844 kwam een schrijven van Z. Em. Kardinaal Fransoni de bewering van enkelen , dat het Genootschap te Rome werd afgekeurd, ten stelligste logenstraffen Tot verdere verdrijving der vooroordeelen droeg niet weinig bij de openlijke goedkeuring en medewerking van velen , wier ijver voor het groote Genootschap van de Voortplanting des Geloofs niet verdacht kon wezen , als : Leden van de Hoofdraden dezer instelling , Missionarissen, vooral die, welke van het nieuwe Genootschap der H. Kindsheid geenerlei ondersteuning verwachtten of behoefden, Kerkvoogden, die betuigden , boe beide Genootschappen naast elkander gelijktijdig bloeiden, en boe