is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 50, 1900, no 295-300, 1900

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opgedragen en het Lof gezongen te hebben, richtte Z. D. H. het woord tot zijne jeugdige toehoorders, die iiem met gespannen aandacht volgden , terwijl hij hun sprak over het lot der kinderen in Sina, en over de taak, door Gods voorzienigheid aan het Genootschap dei’ 11. Kindsheid in dat land aangewezen.

In Sina, zeide Z. ü. H., zijn de kinderen zeer talrijk; het jkrioelt er van. Overal ontmoet men ze, in de wildste streken, in de ongenaakbaarste bergpassen. Te Peking zijn de straten er vol van, en de voertuigen moeten heriiaaldelijk stilhouden om er geen te overrijden. Intusschen bekommeren zich de Sineezen bitter weinig om hunne kinderen ; zij hebben er geen zorg voor, ja zien er niet naar om. Na weinige maanden worden de pasgeborenen van de borst genomen en onder het opzicht gelaten van oudere broertjes of zusjes, veelal kinderen van slechts 4of 5 jaar. Monseigneur herinnerde zich niet, in de 38 jaren van zijn apostolische werkzaamheid in Sina, ooit eene moeder haar kind te hebben zien omhelzen. Het staat hem nog voor den geest, hoe hij eens twee pleegkinderen der Missie bij een bezoek aan hunne moeder vergezelde. Het was vier jaar geleden, dat zij ze voor het laatst gezien had. Zij toonde bij hunne komst geen de minste ontroering. « Hebt gij al gegeten ?” vroeg zij. —■ « Neen.” « Nu, gaat zitten ; daar hebt ge wat.” Geen woord méér. Ik heb nooit hooren zeggen, vervolgde Z. D. H., dat eene Sineesche moeder om het verlies van een kind van verdriet is gestorven. Men kan juist niet zeggen, dat de Sineezen hunne kinderen niet beminnen; maar ze beminnen ze op hunne manier.

Echter zijn er, die hunne kinderen niet liefhebben , en anderen, die te arm zijn om ze den kost te geven. Vandaar die menigte verlaten kinderen, vandaar dat groot aantal, die vóór den tijd sterven, en door den doodenwagen (welks bestaan men heeft willen loochenen , maar welken de eerbied-