is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 52, 1902, no 307-312, 1902

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Gele rivier, op een half uur afstand van Eul-cheu-seu-King-ti, schuil hielden. Bij ’t aanbreken van den dag, toen de christennachtwakers zich ter ruste begaven , verlieten zij hunnen schuilhoek. Mgr. was juist in de sacristij aan ’t bidden en bereidde zich tot het H. Misoffer, toen ’t geluid der militaire trompet hem verschrikte.

Reeds van alle kanten zag men in de verte soldaten met duizenden Boksers aanstormen. Alsdan gaf Mgr., boven op een huis staande, aan de christenen die op den grond neerknielden den zegen, en af komende ried hij zijnen kinderen aan te vluchten. Nog al velen volgden dien raad, maar ook zij hebhen niet te min moeten lijden ; bijna allen werden van bunne kleederen beroofd, velen werden neergestoken, anderen gelukte het bij bevriende heidenen eene schuilplaats te vinden, doch verreweg ’t grootste gedeelte der christenen bleef daar, vast besloten voor hun geliefden Bisschep te strijden «in spem contra spem.” Reeds Zondags te voren, zoo verhaalden mij al weenende eenige christenen die zijn overgebleven, had Mgr. onder ’t sermoen allen aangezet tot de vlucht; doch ziende aan de verontwaardiging die allen toonden op hun gelaat en in hunne gebaren, dat zij besloten waren den marteldood te sterven aan de zijde van hunnen bisschop, brak Mgr. in tranen los en allen zoowel mannen als vrouwen, oud en jong, weenden met hem.

Nadat Mgr. voor den laatsten keer zijne christenen gezegend en tot de vlucht had aangespoord, was hij teruggekeerd naar de kerk en lag daar neergeknield, biddend met uitgestrekte armen voor ’t kruisbeeld van ’t hoogaltaar. Vele vrouwen en kinderen baden aan zijne zijde. Ondertusschen waren de soldaten en Boksers ’t dorp binnengedrongen ; de christenen vochten een tijd lang dapper, maar weldra bij gebrek aan kruit en kogels konden zij den ongelijken strijd niet volhouden en werden overrompeld. Alsdan begon de slachting: niemand werd gespaard, mannen en vrouwen, grijsaards en kinderen werden zonder meedoogen neergeveld; de soldaten