is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 54, 1904, no 319-324, 1904

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid, het begin voor een Ghristendorp; ’t is een groep van zes huisjes waarvan één nog onbewoond is. In 1900 hebben wij ons ter oorzake der vervolging moeten haasten onze grootste weesmeisjes aan Christenen uit te huwelijken; en sedert was er een poos stilstand in de huwelijken onzer weesmeisjes. Wij hebben daarom nu werkelijk maar vijf huisgezinnen, terwijl wij er te Pihia het dubbel zouden kunnen gehad hebben. Het werk gaat langzaam vooruit; maar ’t is voor de toekomst, en het schijnt ons dat God het zegent. Dit dorpje telt nu twintig burgers en binnenkort zal dit cijfer overschreden worden. Onze jonggehuwden hebben in de crisis van 1900 drie kinderen verloren; maar de overlevende kleinen groeien goed en loopen reeds alleen ; ook zijn er nog in de wieg. Onze dorpelingen hebben nog geen burgemeester, en nog geen politie; maar wel hebben zij den vrede, eene goede verstandhouding , den geest van spaarzaamheid en liefde voor den arbeid ; in afwachting van een eigen klokkentoren dient de kapel van het weeshuis hun tot Kerk. Het burgerlijk gezag berust in handen van den Missionaris, Directeur der H. Kindsheid. Van tijd tot tijd brengt hij een bezoek aan Pihia; die bezoeken zijn altijd welkom , altijd te zeldzaam. Nooit tot heden was er strenghetd noodig.

Het Gesticht van Pihia, hoeve en gehucht, is heel landelijk en heeft niets grootsch ; maar het is zeer voldoende voor het land. Er ontbreekt nog eene aalmoezenierswoning. De goddelijke dienst lijdt er een weinig onder, en om het werk te doen vooruitgaan zou men het meer van nabij moeten nagaan en het moeten stellen onder het bestuur van een daar verblijvend priester. Voor het oogenblik zijn het Ghineesche meesters, die dienst doen als opzichters. A. COQSET,

Apostolisch Vicaris van Zuid-Kjang-si.