is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 56, 1906, no 331-336, 1906

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Later! ? ? Helaas, wat is er veel te vreezen voor onze kinderen te Tananarive ! Zij leven, vooral sinds de Fransche inbezitneming, te midden van ongodsdienstigheid, dartelheid, beuzelachtige en losbandige vermaken. Door uwe dagelijksche gebeden zult gij verkrijgen, dat de Engelen deze hemelbloem, in dit Babel ontloken, met h'.'nne beschermende vleugelen bedekken....

En nu, geliefde leden van het Genootschap, vertel ik u nog iets om aan uwe kameraadjes over te vertellen , opdat zij nog ijveriger worden om de jongelui van Madagaskar, die op weg zijn ter bekeering, daaiin te helpen. Den Augustus 1902 schreef Patei' Brégère :

« Daags voordat Mgr. de Saune aan onze nieuwhekeerden het H. Doopsel zou toedienen , zag ik ’s morgens, hij het naar huis komen uit den catechismus, een jongmensch van 18 a 20 jaar tegen den afsluitingsmuur leunen; zijn gelaat was droevig, en hij had een catechismushoekje in de hand. Ik ging naar hem toe. « Wat scheelt er aan , beste jongen, wat verlangt gij ?” « Pater, ik wou graag gedoopt worden.” « Best; maar dat gaat zoo in der haast niet; daar moet men zich toe voorbereiden : men moet bidden met de Katholieken .... en zijn catechismus kennen.” «O, Pater, mijn catechismus ken ik al; ik ga sinds lang naar de kerk, en gedurende een heele maand heb ik nu geen enkelen dag de Mis of de onderrichting verzuimd.” Inderdaad, hij was er altijd trouw gekomen, maar hij stond wat achteraf, zoodat ik hem niet had opgemerkt. Ik was verwonderd. « Laat eens hooren of gij uw catechis.nus kent.” En ik overhoorde hem van het begin tot het einde : hij haperde nergens; niemand kende den catechismus heter dan hij. «Goed zoo, beste jongen : nu is er niets tegen dat gij morgen gedoopt wordt.” —«Excuus, Pater; mijn ouders willen het volstrekt niet hebben.” —« Nu ja, dat is werkelijk een bezwaar: ik zou u niet graag aan een aanhoudende vervolging blootstellen ; laat ors dan wachten , maar doe gij intusschen nog