is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 53, 1903, no 313-318, 1903

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zijne taak ! Een opzichter is bij hen niet noodig: zij hebben leeren arbeiden onder het oog van God die alles ziet; men kan er dan ook vooraf op rekenen, dat het werk, hetzij onder, hetzij buiten het oog des meesters verricht, goed gedaan wordt.

Bij het landbouwwerk ontmoeten onze jongens soms slangen wier beet doodelijk is, b.v. een cobra de capello. Terstond stellen zij zich dan onder de bescherming van St. Benedictus met een Onze Vader te zijner eere Ie bidden, en allen te zamen gooien met steenen naar het beest, dat spoedig bezwijkt. Soms echter gelukt het de slang te ontkomen en in een kreupelboschje weg te sluipen. Doch de knapen geven den koop niet op; een tweede Onze Vader, nu ter eere van St. Antomus van Padua, doet hen gewoonlijk spoedig hun vijand weer ontdekken, die dan ten slotte toch doodgesteenigd wordt.

Het is geen wonder, dat die knapen , zoo door de liefde tot God bezield, betere arbeiders zijn dan de volwassenen van hunnen stam.

Moeten zij het woud door, waar tijger en panter rondsluipen (en dit is bijna dagelijks het geval, daar wij , gelijk U. D. H. weet, midden in de bosschen wonen) dan stellen zij zich alweer onder Sl. Benedictus’ bescherming door het bidden van een Onze Vader, en gaan dan onbeschroomd waar de plicht hen roept. Het is werkelijk verrassend en troostend te zien, hoezeer deze knapen reeds doordrongen zijn van geloof en van liefde tot God.

Ongetwijfeld zal U. D. H. na deze beschrijving onzer Kurku-weezen, mij de woorden herhalen , die Pater Mariaan, twee jaar geleden , toen hij onze Missie van Ghikalda bezocht had , bij bet heengaan zeide : « Haast u om het aantal weezen te verdubbelen te verdrievoudigen !” Voorwaar, aan goeden wil onzerzijds schort bet niet, jammer maar, dat wij niet kunnen : onze middelen zijn zoo bekrompen en wij bebben maar ééne enkele Missie bij de Kurku s.

Wanneer toch zal het ons gegeven zijn de protestantsche