is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 58, 1908, no 343-348, 1908

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geluk, die zielen te redden. Ook hier moet men zeggen : „de oogst is groot, maar er zijn weinig werklieden.”

Over het algemeen wordt hier door de inboorlingen den profeet Mahomed vereerd en aanbeden Deze, zeggen zij, komt van een hooger wezen. Zij weten dus, dat er een hooger wezen bestaat, maar wie dat wezen is, weten zij niet.

Dikwijls zien wij hen langs de rivier, op een steen gezeten en met het aangezicht naar de zon gekeerd, bidden. Gedurende die plechtigheid houden zij de handen gevouwen, maken buigingen en kussen daarbij den steen. Menschelijk opzicht schijnen zij niet te kennen ; want tijdens hun gebed storen zij zich niet aan de voorbijgangers. Zij meenen het dus goed. Hunne priesters, die, naar ik hoor, niet geleerder zijn dan zij zelven, gaan niet uit, maar vermanen het volk slechts een hooger wezen te aanbidden en Mohamed als deszelfs profeet te erkennen.

Vele inlanders aanbidden en vereeren, wat zij willen, daar zij misschien nog nooit hebben hooren spreken van het hooger wezen, dat zij vereeren moeten en ook niet in de gelegenheid zijn om een priester te spreken wegens de afgelegen streken, die zij bewonen.

Gij zult U dat moeielijk kunnen voorstellen ; maar u moet weten, dat de Paters Jesuiten. die in de hoofdplaatsen gevestigd zijn, veel te gering in getal zijn om zich voortdurend met die lieden te kunnen bezighouden. Dan, Java is zoo groot. Veel, zeer veel moet er dus voor die arme lieden gebeden worden, opdat de goede God hun de gave des geloofs schenke. Een groot beletsel voor hunne bekeering IS ook hunne onverschilligheid en de vrees voor eene opoffering.

De inlanders houden zich op grooten afstand van de Europeanen. Komen zij er een tegen, dan groeten zij hen gehurkt. Hier in de bergen, waar de lieden nog erg onbeschaafd zijn, kruipen zij bijna over den grond, wanneer wij hen ontmoeten.