is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 60, 1910, no 355-360, 1910

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevaar bemerkte, kwam zij tot den Pater Missionaris geloopen en zei hem op smeekenden toon:

„Soeami, kom toch mijn dochter doopen; zij vraagt er aanhoudent naar.”

De goede Pater, gansch verwonderd, liet zich geen tweemaal smeeken. In aller haast spoedde hij zich heen en bij de zieke gekomen, sprakt hij tot haar:

„Umbika, wilt gij het Doopsel ontvangen?”

Alsdan hoorde men een zwakke stem, die niet meer van deze aarde scheen, met smachtend verlangen verzuchten :

„Ja, Pater, ik wil het.”

„Maria, ik doop u in den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes.”

Waarom de ziel onzer Umbika, na de genade van het H. Doopsel, zuiver geworden als kristal, nog op deze aarde verblijven? Daar boven riepen haar de engelen, hare broeders.

Daags daarna kwam de moeder opnieuw den Pater roepen en zeide hem, dat hare stervende dochter verzocht, het laatste Sacrament der Christenen te mogen ontvangen. De missionaris beduidde haar, dat het niet noodig was, een zoo jong kind het H. Oliesel toe te dienen, daar het Doopsel alles verving. Hij ging toch tot de lijdenssponde van Umbika, omhing haar met het schapulier van den Berg Carmel, bad eenigen tijd bij haar en vertroostte hare bedroefde ouders Benige oogenblikken later vloog Maria naar den hemel.

Wij hebben haar in de kerk van Onze Lieve Vrouw ten toon gesteld gezien, zoo lief en kalm, glimlachend, alsof de dood haar verrast had, terwijl zij met de cherubijnen speelde. Hare ouders, ofschoon heidenen, verzochten, haar daar over te brengen, omdat, zeiden zij, de overledene moest begraven worden volgens haar godsdienst, hetwelk zij zelf ook zou verlangd hebben. Maria is op het Katholiek kerkhof be-