is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 60, 1910, no 355-360, 1910

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

graven, op „den heiligen grond,” zooals men hier zegt.

Niet waar, dierbare lezers, gij zult den goeden God bidden, dat de arme heidensche ouders van Maria, die de werking der genade in de ziel van het engelachtig kind niet hebben tegengegaan, ook eens de oogen mogen openen voor het heldere licht des geloofs? Umbika, hopen wij, zal hun den weg, die ten hemel leidt, toonen.

ZUSTER MARIA VAN ST. DAMIANUS.

Uittreksel uit een brief van zuster Maria der Gedaanteverandering, aan de Algemeene Overste der Franciscanessen, Missionarissen van Maria.

Tjen-foe.

ZEER Eerwaarde Moeder.

Toen wij op zekeren dag bezig waren met het verzorgen der zieken, die dagelijks tot ons komen, viel onze aandacht op een meisje van ongevéer twaalf jaren. Het was mager, bleek en scheen bang voor ons te zijn. Zij scheen ons stervende toe. Maar, hoe het aan te leggen, haar over het eeuwig leven te spreken te midden der heidensche menigte, die ons omringde ? Gij weet, hoe arglistig de Sineezen zijn, en hoe gemakkelijk wij door een onberaden ijver een grooter goed zouden kunnen beletten. Wat dan gedaan ?

Tot overmaat van ongeluk, was Monseigneur, die in deze onze moeilijkheid had kunnen beslissen, afwezig. Ik nam echter zelf een besluit. Ik verwittigde den jongeling die het meisje had aangebracht, dat de kwaal zeer erg was, dat wij nochtans al het mogelijke zouden beproeven en vroeg hem, den volgenden dag terug te komen. Reeds bij ons tweede bezoek aan de zieke, hadden wij al haar vertrouwen gewonnen. Den derden dag smeekte de drager ons, het kind bij ons te houden, want zij sprak van niets anders meer dan van de goede zusters.