is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 60, 1910, no 355-360, 1910

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van bovennatuurlijken aard, luisterde hij naar geen woorden van troost.

„Zie zei hij, als in vertwijfeling, ik heb drie meisjes gedood om dit zoontje te bekomen, en nog mag het niet baten.”

Lao Wei en Lao Jenn mogen in dezen als getuigen optreden ; ik heb hen vandaag over dit onderwerp eens geraadpleegd ; zij zijn beiden tot na hun zestigste jaar heiden geweest, dus weten zij er alles van. Ik vroeg hun : wat dunkt u, zouden er onder onze nieuwe familie’s ook gevonden worden, die vroeger kinderen gedood hebben ?

Wat, priester! waar ge nog aan twijfelt! voorzeker allemaal.

Zijn er hier in de streek dan geen ouders, die geen kindermoord bedrijven ?

Bitter weinig.

Maar Lao Wei, je hebt mij laatst zoo netjes uwe geschiedenis verteld; wat mij verwondert is, dat gij zooveel vrouwen hebt gehad, en gij spreekt altoos slechts van ééne dochter.

O ! zegt Lao Wei, ik wist niet dat de priester daarin belang stelde ; ik heb kinderen genoeg gehad, doch slechts eene dochter meer over; zes heb ik er gedood en eene groot gebracht.”

Helaas ! ik begon mijn oudje reeds gaarne te zien ; het spijt me nu hem deze vraag gesteld te hebben ; ik hadde het maar liever niet geweten.

Lao Jenn, die er bijstaat, begint ook op te biechten. Hij heeft vier dochters gehad en 2 daarvan weggeworpen Volgens hun beider zeggen worden in den regel door niemand, rijk noch arm, meer dan hoogstens 2 dochters opgevoed, in de meeste gezinnen slechts ééne; de andere worden eenvoudig verlaten, d. w. z. op de eene of andere manier omgebracht. Een zoontje wordt gewoonlijk behouden ; nochtans indien eene familie arm is en reeds enkele mannelijke