is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 61, 1911, no 361-366, 1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der kamer verbergt; hij heeft een roede mjuts op.” De vader, ofschoon hij niets zag, werp wijwater in de aangewezen richting. „Hij gaat heen,” „hij klimt naar het dak .... nu is hij weg” vervolgde het kind. Kort daarop herstelde de moeder en het gansche gezin verklaarde zich christen.” Zoo wordt de duivel, die almachtig is op de heidenen, die hij als dwingeland beheerscht, dikwijls in zijne verwachting bedrogen.

Pater Chinchole haalt nog een ander voorbeeld aan. Zooals in China meer gebeurt, had een duivel zijn intrek genomen in een klein heidensch meisje. Door haar deed hij orakels hooren en deed hij wonderbare dingen. Zij werd later aan een jeugdig werkman uitgehuwelijkt; maar de duivel verliet haar niet en heerschte als meester in het nieuwe gezin. Hij was veeleischend en wilde met allerlei plichtplegingen het eerst bediend worden.

Verwaarloosde men zulks, dan werd hij kwaad, dan brak hij het vaatwerk en haalde het geld weg, zelfs uit een koffer, zorgvuldig met een sleutel gesloten. En indien iemand van het gezin bij anderen er over durfde klagen, dan maakte hij het nog erger: hij keerde alles ten onderste boven en maakte alles stuk. De arme heidenen zuchten reeds verscheidene jaren onder die dwingelandij zonder er over te durven klagen, toen de vader op zekeren dag, werkzaam zijnde in de apotheek van den dooper, niet nalaten kon zijne ongelukken aan hem mede te deelen. „Maar, zei de laatste, niets gemakkelijker dan u van dien lastigen gast te ontdoen ; wordt christen, en ik beloof u, dat hij u gerust zal laten.” De heiden stemde daarin gaarne toe, aanbad den waren God met geheel zijn gezin en hing godsdienstige platen in zijn huis op. De duivel hield het nu niet meer vol, en riep door den mond van zijn slachtoffer, dat hij vertrok. Sedert dien tijd gaf hij geen teeken meer van zijne aanwezigheid.

Ziedaar, hoe het Genootschap der H. Kindsheid, zonder