is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 61, 1911, no 361-366, 1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uittreksel uit een brief van Z. D. H. Mgr. Gendreau, van de Vreemde Missiën van Parijs, Apost. Vic. van Westelijk Tonking, aan, Mgr. den Algemeenen Directeur en de Heeren leden van den Centralen Raad der H. Kindsheid.

Hanoi. 30 Augs. 1909.

Monseigneur, mijne Heeren.

Naar mijne innige overtuiging zijn wij den opmerkelijken voortgang van het Genootschap der H. Kindsheid gedurende het afgeloopen jaar verschuldigd aan den moederlijken ieijstand van Onze Lieve Vrouw van Lourdes, wier jubilé wij plechtig hebben gevierd. Als wij de cijfers met die van het vorige jaar vergelijken, dan zien wij inderdaad, dat 29.086 kinderen gedoopt werden tegenover 26.115 van ’t vorig jaar; in onze weeshuizen werden er 2.066 opgenomen tegenover 1.743 verleden jaar.

Ik moet hier bijvoegen, dat wij van alle gelegenheden gebruik maken om onze vrijwillige doopers en meer bijzonder onze kloosterzusters, vriendinnen van het Kruis, tot steeds grooteren ijver aan te sporen. Deze laatsten alleen hebben bij de 5000 doopsels.

God schijnt inderdaad aan onze Anamieten eene innige voorliefde voor het werk des Doopsels te hebben ingeprent. Eenige maanden geleden ontmoette een onzer medebroeders eene christin, welke bijna 50 jaar geleden door de chineezen was weggevoerd naar de provincie Canton. Zij beproefde meermaals te ontvluchten, maar altijd zonder goed gevolg. Zij liet zich echter niet ontmoedigen en smeekte dagelijks de H. Maagd, haar vooral de genade te verkrijgen te mogen biechten en niet te sterven, alvorens de Sacramenten te hebben ontvangen. Ofschoon van alle andere christenen afgezondérd en zonder ooit daarvoor eenige aansporing ontvangen te hebben, zocht zij de stervende heidensche kinderen op om ze te doopen. „Ik heb er aldus meer dan