is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 61, 1911, no 361-366, 1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den geest op, namelijk, dat de heiden aangelokt door den rijst die hem in het catechumenaat wacht en geenszins door voorafgaande overtuiging, maar zeer moeilijk een deugdige en vertrouwbare christen kan worden. Nochtans de ondervinding, en niet minder de zaak zelf, een weinig van nabij beschouwd, bewijzen het tegenovergestelde. Inderdaad, de mensch is nu eenmaal zoo ; de waarheid, de loutere waarheid, al schittere zij ook he'der als die der katholieke Kerk, maakt maar weinig of geen indruk op zijn hart en geest; en gelukt het haar den geest te veroveren ; heel iets anders is zich meester maken van zijn hart. Daar zit meestal de knoop. Onze Zaligmaker, die wel wist hoe het staat met het hart van den mensch, noemt zijne apostelen, zijne Missionarissen „visschers en om visschen te vangen is het niet genoeg een blooten angel in het water te laten spelen, maar er is een aas, een wormpje noodig om den visch aan te lokken dan eerst bijt hij, en bijt hij door. (Wij zijn zoover nog niet gevorderd, dat wij het groote net kunnen uitwerpen).

Het is zeker, en de Missionaris is er meer dan iemand volkomen van overtuigd, dat over het algemeen de voorname beweegreden welke den heiden tot het catechumenaat trekt, niets anders is en voorloopig niets anders kan zijn dan het vooruitzicht van gedurende de barre winterdagen een opgedekte tafel te vinden op rekening van de katholieke Missie, en deze reden is wel uitsluitend wanneer het een catechumenaat geldt in eene nieuwe plaats, waar nog hoegenaamd geen christenen zijn. Het is zeker ook, dat deze beweegreden verre van bovennatuurlijk is. Doch hoe kan er ook sprake zijn van eene andere dan gewoonweg natuurlijke bedoeling bij een heiden, die niets weet of kent van God, van ziel, van christelijke leer, van eeuwige zaligheid, bij een heiden die geheel zijn leven aan niets anders gedacht heeft dan aan zijn dagelijksch onderhoud, zonder ander doel dan om min of meer fatsoenlijk door de wereld