is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 61, 1911, no 361-366, 1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CONGO.

Brief van den Eerw Pater Brutel van de Witte Paters, Missionaris in Opper-Congo.

EEN DOOPSEL.

{Vervolg van bladz. 158 der Annalen, n° 365).

Wij komen weder voor de val, de toortsen verspreiden een akelig licht. Zonder dralen wordt het kind verlost. Het was zeven of acht jaren oud. Den vorigen nacht was de luipaard tweemaal voorbij de val gekomen ; doch beide keeren werd hij verjaagd, men weet niet hoe. Ik heb een voorgevoel, dat het kind tot een wissen dood is veroordeeld, want zooals zijn monsterachtige vader nog zooeven zeide, zou zijn dood hem tot vreugde verstrekken. Geen oogenblik aarzel ik. In ’t kort leer ik het kind de hoofdwaarheden van den godsdienst; ik beloof het den hemel in ’t gezelschap der engelen, zijne broeders. De kleine is oververheugd. „Geef mij spoedig, als ’t u belieft het groote middel waarvan gij mij spreekt, ik wil spoedig, „bij Onzen Lieven Heer zijn !” Het kind grijpt mij bij de hand en trekt mij mede naar het dal.- Allen te zamen begeven wij ons naar de rivier. Niemand onzer zegt iets ; mijn vriendje alleen spreekt nu en dan een woord en lacht. Somtijds klinkt zijn lach mij in het oor als een korte snik, weemoed. Wij komen bij het water. Het kind daalt er het eerst in neder en werpt op mij een blik vol deernis ■en smeeking, die mij schijnt te zeggen ;

„Pater, ik ben bereid!”

Mijn hart stroomt over van erkentelijkheid jegens de voorzienigheid Gods, die mijne schreden geleidde en met ontroerde stem zeg ik: „Daniël, ik doop u in den naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes.”

Drie uren later verlichtte de maan een afgrijselijk schouw-