is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 62, 1912, no 367-372, 1912

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit de Missiën.

Uitreksel uit een brief van Zuster Maria Symphroniana van het H. Hart, Franciscanes, missionaris van Maria in Noordelijk-Sjansi.

DIERBARE LEDEN DER H. KINDSHEID,

Ziehier wat nieuws over uwe beschermelingen.

Op zekeren dag kwam een moeder bij ons aankloppen met de bede haar dochtertje bij de weesmeisjes te willen opnemen. In het ouderlijke huis, zei ze, is de rijst zoo schaarsch en de sapeken zoo zeldzaam. Indien gij haar aanvaardt zal ik de andere kinderen beter kunnen groot brengen, laat haar gerust christin worden, maar kom mij toch ter hulp. Zij smeekte ons met zooveel aandrang, dat wij haar verzoek niet van de hand konden wijzen.

Sje-Oea was een verstandig kind en begon met vurigheid de gebeden en den catechismus te leeren. Na eenige maanden was zij daarin genoeg gevorderd om het H. Doopsel te kunnen ontvangen. Wat zij dan ook vurig verlangde.

Zij telde de uren die haar nog van haar groot geluk scheidden.

Eindelijk verscheen de blijde dag. Vroeg in den morgen reeds van den 7'>®“ Juni, feest van Pinksteren, zonden de klokken luchtig en vroolijk hare tonen door de galmgaten van den toren de lucht in. Alles ademde vrede en vreugde