is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 62, 1912, no 367-372, 1912

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Z. D. H. Mgr. Coqset, Apost. Vic. van westelijk Tsji-ly, schrijft ons eenige regelen over de Chlneesche zelatrice Magdalena Tsjang.

Magdalena Tsjang is thans 75 jaar oud; zij bewoont een klein dorp, Matsoen genaamd, ’t Is een der ijverigste doopsters der streek. Dit jaar diende zij aan 730 kinderen het H. Doopsel toe ; in 1878 staan 1000 doopsels aangegeven. Ondanks haar hoogen ouderdom zet zij haar apostolaat voort.

Zij wijdt haar voornaamste zorgen aan de heidensche kinderen, die in gevaar van sterven zijn, maar de volwassenen ontgaan haar invloed niet en gewoonlijk doopt zij er drie of vier per jaar.

Toen zij zich aan dat werk begon toe te wijden was Magdalena nog jong, zij telde ongeveer 25 jaar. Het vicariaat was pas in zijn begin, toen Magdalena belast werd met de opvoeding der kleine verlaten meisjes, welke zij, tot goede christenen en flinke huishoudsters wist te vormen ; zij onderwees ze in den catechismus en leerde ze al spinnende en wevende de gebeden.

Bij de komst der Zusters te Tsjin-ting-foe in 1882 was zij van grooten dienst bij de nieuwe stichting. Zij stelde, om zoo te spreken, de zusters voor aan de heidenen, die naar de hulp-apotheken kwamen, om er verzorgd te worden. Zij ontving de nieuwsgierigen zeer wel en maakte de Dochters van den H. Vincentius bekend met de zeden en gebruiken der Chineezen. Zij vergat de kinderen niet en om ze beter te verzo’"gen leerde zij eenige medicijnen klaar maken en trachtte zich te bekwamen in de prikkunst, (*) zoo hooggeschat in dit land.

Magdalena bleef niet bij de Zusters omdat zij arm was en het werk haar naar huis riep. Daarenboven noodigde men haar

•) Deze kunst bestaat in het bloed af te nemen door een groot aantal gaatjes met een gouden of zilveren instrument.