is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 63, 1913, no 373-378, 1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich niets dan de dorre, uitgestrekte vlakte. Boven hunne hoofden zweefden gieren en wouwen, die zich reeds verzadigd hadden aan de lijken der ongelukkigen, hier en daar op hun weg bezweken, en nu een nieuwe prooi zochten. De dag ging voorbij, de nacht volgde. Geen hoop op uitkomst. De beide rampzalige wezens waren onbekwaam geworden om nog eenig voedsel te nemen of om eerige bewegingen te maken. Hier zouden zij dus blijven en sterven. De jongste Mongool had ook reeds alle hoop opgegeven, hun nog het leven te redden en zag ook voor zich een sombere toekomst te gemoet.

Maar zie, God waakte over hen. Hij wilde aan die twee stervenden niet alleen het leven des lichaams, maar ook dat der ziel schenken ; Hij wilde de edelmoedige daad van den heidenschen Mongool beloonen.

Terwijl zij bij het eerste morgengloren hun droeve blikken over de vlakte lieten gaan, en uitzagen naar wellicht niet meer te verwachten hulp, trof eensklaps een verwijderd geblaf het oor der verlaten reizigers. Een straal van hoop deed hun gelaat ophelderen. Daar waren woningen, daar woonden menschen ! Spoedig trokken zij op in de richting vanwaar het geluid scheen te komen. Weinige stonden daarna ontwaarden zij een dorp; hutten en opgaanden rook. Gode zij dank, het was de St. Jozefshoeve, een der eerste stichtingen der Belgische missionarissen van Scheut in Z. W. Mongolië, de tegenwoordige christenheid San-fao öo. De Eerwaarde Pater De Vos was daar sedert eenige maanden gevestigd en kon er, dank de milde aalmoezen uit Europa, vele menschenlevens en vele zielen redden.

De eerste zorgen werden besteed aan de stervende moeder en haar kind. Met een suikerlepeltje werden hun eenige versterkende dranken ingegeven, die hen weer bijbrachten ; want reeds hadden zij het bewustzijn verloren. Verscheidene dagen zweefden zij tusschen leven en dood. Allengs bekwamen zij en na eenige weken waren zij weer