is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 64, 1914, no 379-384, 1914

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Europeesche reizigers zeggen : wij hebben nooit een levend kind in het veld gevonden, wij hebben nooit varkens of honden levende kinderen zien verscheuren. Zij zagen het niet in ’t voorbijgaan, dus : het is niet waar !!

Ik zelf, alhoewel reeds eenige jaren in China verblijvend en bijna dagelijks op reis heb nooit een levend kind in de velden gevonden. Meermalen zag ik wel honden de lijkjes van kinderen verslinden. Maar de heidensche Chineezen begraven hun doode kinderen niet; zij winden ze in een busseltje atroo en dragen ze buiten het dorp. Al was ik echter geen ooggetuige van wat ik beweer, toch heb ik er doorslaande bewijzen van, dat de kinderen ook levend in ’t veld worden gedragen. Met langer geleden dan gisteren bracht men mij een onnoozel schepseltje, het rechter voetje was ontwricht en beide voeijes waren gewond. Een christen was langs den Noorderkant in het dorp gekomen en had daar een hond gezien die het kindje in den voet had gebeten en zoo over den grond voortsleepte. De man moest met een stok op den hond slaan om hem zijne prooi te doen loslaten. Dezen morgen heb ik zelf het voetje verbonden en op beide voetjes de indrukken van de tanden in het vleesch waargenomen. Het snoesje is nog gezond en zal, hoop ik, wel in ’t leven blijven.

Terwijl ik het verband legde, vertelde mij de man, die het wichtje vast hield, dat de Chineezen soms met veel belangstelling staan kijken naar de honden die om zulk een prooi vechten.

Vóór eenige weken bracht een christen mij een kindje, dat hij ’s morgens in ’t veld had gevonden, toen hij naar de H. Mis kwam. Het arme wezentje was half bevroren en we konden het niet langer in ’t leven honden; des avonds bezweek het.

Verleden jaar kwam men met een kindje bij mij, dat door