is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 65, 1915, no 385-390, 1915

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Maar,” zei de Misssionaris, „ge zijt toch niet bang, dat we haar de oogen zullen uitsteken?”

,Dat zal,” zei de vader verbauwereerd, „niet gemakkelijk gaan ; want ze heeft er geen.”

Hij moest even glimlachen en zei:

„Nu goed dan; wg zullen later wel verder zien.”

Heel blij liet de Missionaris het blinde kind naar de H. Kindsheid brengen, waar ze gedoopt werd en waar ze zelve gelukkig leefde en voor de anderen een bron van vreugde was door haar goed en zacht karakter, iets wat men niet dikwijls bij zulke kinderen vindt.

Kort daarop kwam de vader, altgd nog bezorgd over hetgeen haar ging overkomen, haar in ’t weeshuis bezoeken. Al vóór hij een woord met haar gewisseld had, zag hij al aan de blijdschap en de tevredenheid, die op haar open gelaat lagen uitgespreid, dat ze gelukkig was. Hij was buiten zich zelven van vreugde. Nu waren een paar hartelijke woordjes genoeg, om hem te doen besluiten Christen te worden met heel zijn huisgezin.

Kort daarop ontving hij met al de zijnen het H. Doopsel, en daar hij er een soort marskramerij er op na houdt en dus van dorp tot dorp trekt, laat hg nooit na, om bij het verkoopen zijner waren een hartig woordje te voegen O'ei het Christendom en menig doopsel is daar reeds de vrucht van.

Z’n dochter is door haren ijver en godsvrucht een uitstekende leermeesteres gevrorden nu eens bij de kinderen van ’t weeshuis, dan weer bij de geloofsleerlingen, die zich tot Doopsel voorbereiden.

f F. Geurts.

Ap. Vic._ van Oostelijk Tché-lij