is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 65, 1915, no 385-390, 1915

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om al de scherven te verbergen, en de Hemel alleen weet, hoe dikwgls Stephanus van haren dekmantel gebruik maakte!

Zoo ontkwam hg weliswaar aan de verwgtingen en bestraffingen van den Pater, maar niet aan die van z’n geweten. Hg kende z’n Catechismus op z’n duimpje en had dus hooren spreken van restitutie.

„Ik moet restitueeren, maar hoe die vork aan den steel steken ? Hoe zal ik dat varkentje wasschen ?”

Die gedachte liet hem geen rust. De vriendschap hielp hem uit den nood.

Benige dagen vóór den patroondag van den Pater, moest een andere weesjongen Fong-Hi, een vriend, naar de stad om verschillende inkoopen te doen.

„Ik heb het gevonden” zei de schuldige met dezelfde overtuiging als indertijd de oude Archimedes.

Pater, zei hij met een onnoozel gezicht tot zgn heer en meester, U zijt zoo goed geweest om een paar centen voor mij terzijde te leggen. Zou U me daarvan niet een kleinigheid willen voorschieten ? Ik moet een paar dingetjes koopen, maar vraag, asjeblief, niet om uitleg. Ik geef u mgn woord, dat ik het niet over den balk zal gooien. Maar ik heb die dingetjes bepaald noodig.

Hoeveel verlangt ge ?

Geef alles maar.

Zie hier.

Dank u. Pater.

En Stephanus spoedde zich met z’n centen naar z’n vriend Pong-Hi en legde hem uit, wat hij van z’n vriendschap verwachtte.

Ge weet, dat ik niet van de handigste ben en dat ik nog al eens wat breek in de kerk, in huis, in de keuken.

Ja, zei Pong-Hi, dat kan den beste overkomen.