is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 69, 1919, no 409-414, 1919

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

recht naar moe. Hij gooide de kamerdeur open en riep: »Moe, ik mag St. Janneke zijn! U heeft het niet geraden, dat ik toch zoo braaf niet kon zijn.”

,Wel vent, is ’t waar ?” zei moe en hij kreeg een flinke zoen op zijn wang. „Nou hoor, dan heb je goed opgepast. Hier heb je van mij een cent. En wanneer is ’t Kindsheid ?”

„De Zuster zei, van de volgende week Donderdag moe.”

Keesje bleef den heelen avond aan ’t vertellen en kon ’s avonds van blijdschap haast niet slapen, ’s Nachts droomde 't ventje van een optocht. Hij zag zich zelf ook midden in den stoet. Hij had een mooi schaapje vast aan een koord. En alle menschen zeiden: „Kijk Keesje eens.” En hij stapte zoo fijn. Maar opeens kwam er een ondeugende jongen, zoo droomde Keesje. Die stouterd gaf het lammeke een harde klap. Toen verschrok ’t beestje, het begon hard te loopen en Keesje kon ’t niet meer bMhouden. HB liep even mee, maar zijn beentjes waren te kort en ’t manneke viel voorover ' op de straatsteenen en... Keesje was wakker. Gelukkig dat ’t maar een droom was geweest. De volgende dM>n ver-