is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 70, 1920, no 415-420, 1920

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een reistochtje in China.

De Eerw. Pater Antoon Mommers we hebben hem nog zoo goed gekend toen hij nog maar ’n jongen was van 11 a 12 jaar zal ons dezen keer eens wat vertellen van z’n eerste ervaringen in China. Pas voor twee jaar vertrokken, is hij daar nog om zoo te zeggen in z’n leertijd. Toen hij er pas aangekomen was, moest hij natuurlijk eens kennis maken met land en volk. Daarom liet z’n bisschop hem met twee andere paters een reisje maken door een aantal stadjes en dorpen van het bisdom. Aan trein, automobiel of rijtuig valt daar niet te denken. De reis moet gemaakt worden op een Chineesche boerekar, door muilezels getrokken, over ongeplaveide wegen, hotsend en botsend over steenen, door zandkuilen en diepe karsporen. De Pater vertelt over zijn uitstapje het volgende:

Met horten en stooten gaat het vooruit. Meermalen verdwijnen de wielen tot de as in den modder. Soms blijft de kar steken; maar met een forschen ruk komen de beesten overal door. Nu eens helt de kar gevaarlijk naar links, dan naar rechts. Stevig klem ik me met beide handen vast en tracht hoofd, schouders en beenen tegen al te pijnlijke schokken en botsingen te beveiligen. Mijn twee confraters, die aan de Chineesche karsporen al gewend zijn, lachen er eens hartelijk om. Wat er ook van