is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 70, 1920, no 415-420, 1920

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wakkere kind, dat z’n ouders en familie verlaten wou, om in vreemde landen te werken voor God, en bij den braven vader, die zonder te morren z’n kind liet vertrekken.

Blankers kreeg z’n dag vrij om met z’n dochter mee te reizen naar Amsterdam en bovendien nog een briefje van honderd gulden, om dat aan z’n dochter mee te geven.

En ’s middags stopte meneer van Padderen Rosa ’n rijksdaalder in de hand. „Hier kind, neem dat mee,” zei ie, „dh s voor de Zusters die morgen naar de missie gaan.”

Rosa begreep er niets van, hoe haar pa zoo plotseling veranderd was, en hij heeft het haar niet verteld ook niet, al was hij er voortdurend mee bezig. En als hij voortaan z’n kind eiken Maandag uit eigen beweging ’n kwartje voor de missie mee geeft, denkt hij er telkens bij: Met plezier wil ik wat geld missen voor de missie, dat kan er best af. Als O. L. Heer me maar nooit m’n eenig dochtertje vraagt....

Een tijger.

Ik heb nog nooit in m’n leven een tijger gezien. Daarom ben ik onlangs zoo vreeselijk geschrokken.

Er kwam een orkaan opzetten juist op het oogenblik, dat ik mij gereedmaakte, om een rondreis door mijn district te doen. Ik waagde het nochtans, stapte in mijn bootje en kwam ’s avonds om 7 uur te Jalasse (Voor Indië) aan. Het rommelde nog steeds in de lucht, en er was nog geen half uur voorbij, of daar had je de poppen aan het dansen. Het onweer brak los.

Ik kroop in mijn kapelletje een der beste, die er in mijn district staan. Groot is hst niet, 20 voet op tien. Daar wachtte ik de dingen af, die komen zouden. De regen begon te stroomen als in de dagen van N ë. Maar ik zat in mijn