is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 80, 1930, no 475-480, 1930

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze aanhoudend heen en weer loepen zonder de akelige beesten heelemaal te kunnen verdrijven. Plotseling hoorde ze haar kind vreeselijk schreien. Ze schoot toe en zag juist, hoe een groote aap op den kleinen Sunan aanviel. Ze rende op het dier af, zwaaide met haar stok en schreeuwde luid. Reeds bij den eersten slag dien ze den aap toebracht, nam hij de vlucht. Ze had hem wel kunnen achtervolgen, hem misschien wel dood kunnen slaan, maar daaraan dacht ze niet, want och, hoe erbarmclijk was haar kind er aan toe. De zwarte huid was overstroomd van bloed en aan den schouder had het ventje een gapende wonde. De moeder nam het kermende kind op haar arm en begon het te liefkoozen en te troosten. Gelukkig kwam daar een Broedersmissionaris voorbij, die het gekerm hoorde. Hij dacht: wat zou dat beteekenen? misschien kan ik wel helpen. Hij ging eens kijken en vroeg wat er gebeurd was. De arme vrouw vertelde alles en klaagde hem haar nood. De Broeder zei, dat hij het kind wel kon laten genezen, maar dan moest hij het meenemen naar de missie, want daar

Groep uit den optocht der U. Kindsheid te ’s Bosch