is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 80, 1930, no 475-480, 1930

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik acht me gelukkig voor Jezus Christus te hebben kunnen lijden. Geef mij, bid ik u, het doopsel. Ge ziet, dat ge op mij rekenen kunt.

Dat zullen we dan ook spoedig doen en niemand uwer zal zeggen, dat hij het niet verdiend heeft!

Gouala 4 Oct. 1929. Ed. Gruson Zw. Overste v. h. Vicariaat v. Abyssinië.

VAN ’N BOSCHNEGERTJE.

’n Pikïpikspikzwart negertje

(Geknipt voor schoorsteenvegertje).

Zat diep, heel diep in ’t donker bosch.

Hij hield er van z’n boomen.

Hij hield er van z’n stroomen.

Hij leefde daar van hand in tand.

Hij was ’n onbezorgde kwant:

Het land bood hem z’n vruchten aan.

Banaan, bakove, hatatten

Hij had ze maar voor ’t vatten.

Zoo nu en dan voer hij ter steê

En nam ’n vlot van boomen mee;

Die brachten heel wat geld in kas.

En geld was voor ons zwartje,

’n Stukje van z’n hartje.

Wanneer je geld hebt in je hand.

Dan is elkeen heel, heel galant.

Al is je huid dan bruin of zwart.

Al heb je dan ook haren.

Die krullen als ’n varen.

Eens was ie weer met boot en al.

Door menig dartle waterval,

De wond’re stad eens komen zien.

Daar kreeg ie geld met hoopen.

Wat zou ie daarvoor koopen?