is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 80, 1930, no 475-480, 1930

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

menschen te foppen. Als ze dan vroegen, waar hun prentjes gebleven waren, kwam hij er mee voor den dag en had dan het grootste plezier van de wereld. Maar je begrijpt, dat hem ook deze streek gauw werd afgeleerd. Bij de karweitjes, die hij te doen kreeg, haalde hij soms ook de ongelooflijkste kunsten uit. Daar zal ik je eens ’n grap van vertellen.

Op zekeren dag zei de Broeder tegen hem, dat de lamp op z’n kamer bijna geen olie meer had en dat hij ze bij moest

gaan vullen. Je begrijpt immers wel, dat in de missie zoo maar geen gaslampen of electrisch licht hebben, maar dat ze al heel rijk zijn met ’n gewone bronolielamp, al is ’t maar ’n heel ouderwetsche. De Broeder moest het wel twee?, driemaal tegen den jongen zeggen, eer hij ging, want Aboelie begreep, dat hij hij dat werkje heel voorzichtig moest zijn en goed opletten, en dat waren twee dingen waar hij niet van hield. Eindelijk, toen hij wel zag dat er geen ontkomen aan was, ging hij toch. ’t Eerste wat hij met de lamp doen moest, was natuurlijk; het glas er af nemen. Hij bekeek het glas eens