is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 80, 1930, no 475-480, 1930

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Juist in dien tijd hadden we twee kleine meisjes van nog geen zes jaar oud, die zich ook op ’t doopsel voorbereidden. In den laatsten tijd kregen de drie gezamenlijk onderricht en 't was ’n leuk gezicht, den tachtigjarigen Dadabé te zien zitten naast de vijfjarige Nelly en de vierjarige Adri.

t Oudje deed z n uiterste best, om bij z’n jeugdige mede= leerlingen niet aehter te blijven, maar liet toch gewillig zijn hand vasthouden door Adri of Nelly, als die ’m wilden helpen bij ’t maken van ’n kruisteeken. Want ’t duurde lang, eer Dadabé ’n goed begrip had van en rechterhand . of van rechts en links.

Eindelijk kwam de tijd aan, dat ze gedoopt zou* den worden. Van Dada? bé wist niemand cn hij zelf ook niet, of hij ger gedoopt werd of niet. fiij moest daarom ge= doopt worden op voor= waarde en.... eerst biechten.

Dat biechten was Da= dabé niet juist naar den zin. Hij schudde z’n kruh len.op en zei: „Biechten, neen; biechten niet pret* tig! Alles zeggen, wat altijd geheim gehouden, nee, niet prettig....”

Hij wou er niet. goed aan in ’t begin, maar na« dat we hem duidelijk hadden uitgelegd, dat ’n priester niets wil ont= houden uit de biecht en er niets van mag voortvertellen, vond ie ’t goed. „Moet er dan maar uit allemaal,” lachte ie. „Oude rommel vuile rommel! Moet er maar uit alle= maal! Groote sct<r.r.rnmMH”