Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Catechist stónd nog een onbewoond huis, aan alle vier de kanten open, omdat het niets anders meer was dan vier palen met een strooien dak er op. De school was er dus en hoefde niet eens geopend te worden; de Catechist werd tevens tot amateur-schoolmeester gepromoveerd" en klaar was Kees! Een wandelend schoolhoofd was er ook al, tenminste ik vleide mijzelf met dien weidschen titel.

Nu zult ge misschien denken, dat het in zoo’n kampong van een leien dakje gaat met het Christendom. Mis, hoor! De duivel ziet zich wel zijn prooi ontglippen, maar hij doet toch zijn best, den Pastoor nu en dan een zieltje te ontfutselen. Af eh toe ontdekt men in de kampong nog een of ander wurm, groot of klein, dat nog niet gedoopt is of niet in het godsdienstonderricht komt. „Mamaatje! hoe komt het, dat je kleuter nog geen vriendje van O. L. Heer is, en niet in den Catechismus komt?” „Toewan, die moet moeder helpen!” „Best, moedertje maar dat moeten ook je andere kinderen, die alreeds Christen zijn. En als ze maar in den Catechismus komen, wordt hun juist goed ingeprent het gebod van God dat ze vader en moeder moeten eeren en liefhebben, hun moeten gehoorzamen en hen helpen als goede kinderen. Juist van je Christenkinderen zult ge in dat opzicht het meeste pleizier hebben!” En dan knikken ze je toe, die papaatjes en mamaatjes, die je tracht over te halen om ook dat kind het H. Doopsel te laten toedienen en ze vinden het heel mooi wat de Toewan daar zegt, en de Toewan denkt dat hij hen overtuigd heeft. „Dus, moedertje, je brengt dat kind strakts ook bij mij om gedoopt te worden ?”

„Toewan, dat kind moet moeder helpen!” Je bent met al je redeneeren en al je krachtargumenten nog even ver! Ze zijn nu eenmaal van plan, dat ééne kind niet te geven en als je meent, dat ze naar je redeneering geluisterd hebben, dan heb je het glad mis! De overige kinderen mogen den nieuwen adat (d. w. z. de zeden en gewoonten der Christenen) volgen, maar dat ééne moet nog in den heidenschen adat, dien van hun nénèks (hun groot- en overgrootouders), worden opgevoed.

U ziet, de duivel is wel buiten de deur gezet, maar de deur is wat snel achter hem dichtgeklapt, en nu zit nog het puntje

Sluiten