Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den doode te beklagen en alles voor de begrafenis gereed te maken, werd ik wederom bij een zieke geroepen. „Toewan,” zeiden zij, „deze vrouw was bezig de koorde te maken voor den doode, toen zij plotseling geheel uitgeput nederzeeg.” Op mijn vraag, wat haar deerde, kon zij niet anders antwoorden dan dat zij zich geheel machteloos gevoelde. Ik bediende haar en haalde vervolgens Ons Heer om haar het Viaticum te geven. Gelukkig bleek later de ziekte van voorbijgaanden aard te zijn geweest en langzamerhand knapte zij weer geheel op. Over de oorzaak van de ziekte werd nog lang geredeneerd en sommige oudjes waren er heilig van overtuigd, dat de geest van den doode over die vrouw gevaren was en haar met lamheid geslagen had. Met die ideeën loopen sommigen nog rond, die veel onder de heidenen verkeerd en van het christendom zoo goed als niets hebben medegenomen. Toen de menschen op Zondag schier allen aan hun Paaschplicht voldaan hadden, was het zaak de zieken, die hier of daar in de tuinen lagen en onmogelijk naar de kerk konden komen, ook de gelegenheid te geven hun plichten te volbrengen. Hier bewees mijn paard mij uitstekende diensten om mij overal in die woestenij heen te brengen. Ook in Ble-Sioe was een zieke, die mijn hulp noodig had. Vroeger had ik daar eenige christenen verzameld, die geheel en al verloren liepen en niets meer wisten, dan dat zij gedoopt waren. Ik had iemand gevonden, die lezen kon en hem met de zorg over die menschen belast. De man verloor zijn vrouw en nu, aan geen banden meer gebonden, zocht hij zijn geluk bij de parelvisscherij en liet mijn christenen in den steek. Toen ik de zieke de H. Communie gebracht had, verzamelde ik het groepje bij elkaar en sprak met hen af dat ik op zijn minst twee keer in de week bij hen zou komen, doch, dat ook zij dan een paar maal naar Woereh moesten gaan, om catechismusles te ontvangen. Zoo zij goed leerden, zouden zij op het eind van mijn dienstreis hun eerste H. Communie kunnen doen en bij de komst van Mgr. Luypen het H. Vormsel ontvangen. Met den Catechist van Dadoe had ik afgesproken, dat ik Zaterdag daarheen zou gaan, om de menschen in de gelegenheid te stellen hun Paschen te houden.