Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Redemptus gaan- behandelen moeten wij eerst naar onzen Novitius Dionysius terugkeer en.

>

Hoofdstuk XV.

Klachten van Goa’s Onderkoning over de opname van Dionysius in het klooster. Diensten, gedurende het proefjaar door den novice aan den Staat bewezen.

Vol van geestelijke vreugde was de gewezen Opperloods zijn proefjaar begonnen. Ofschoon in jaren en levenservaring zijne mede-novicen ver vooruit, wist hij zich nochtans naar hun leeftijd te schikken en prees hen gelukkig dat zij, alvorens de boosheid der wereld te hebben gekend, den Karmel hadden mogen bestijgen.

Geheel verdiept in het inwendig leven, afgescheiden van allen omgang met de buitenwereld, bemerkte onze nieuweling niets van het onweer, dat om zijnentwille te Goa tegen de Paters Karmelieten begon op te steken.

Eenige Portugeesche ambtenaren, gedachtig de groote diensten, die Berthelot aan de Kroon had bewezen, morden luid over diens intrede in een Kloosterorde. Werd hij door eenigen gelukkig geprezen, een andere partij kon haar leed niet verkroppen, dat zulk een hooggeplaatst ambtenaar zich in een monnikspij had gestoken en voor den Staat, zooals zij meenden, verloren was gegaan. Zij gingen zoover, dat zij hun beklag, over zulk een ongehoord feit, bij den Onderkoning zelf gingen indienen. Die ongeschoeide Karmelieten hadden hunne stoutheid wel ver gedreven: een man zoo nuttig, ja noodig voor het Rijk hadden zij binnen hunne kloostermuren durven opnemen. Welk een indruk moest zulks maken op de overige beambten in Indië! Zoo iets had streng verboden moeten worden; en kon nu nog de Onderkoning geen bevel uitvaardigen, om den Opperloods uit het Noviciaat te ontslaan en hem andermaal het commandement over de vloot te geven ?

De Onderkoning Pedro de Sylva, den Karmelieten overigens niet ongenegen, werd door die klachten in het nauw gebracht

Sluiten