Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

glorie, als ook al het andere dessavolk vol be\vondering naar hun jongen zou luisteren!

Daarom hadden zij gewild, dat hun kind in Moentilan zou gaan leeren bij de blanken. 'Maar ook daarom alléén; want overigens hadden zij een afkeer van hen. Te goed immers wisten zij, wat kwaad de blanke mannen aan hun voorvaderen hadden gedaan, nadat zij gekomen waren tot het bruine volk, dat vrij en blij leefde bij de groote bergen van hun zonnig Javaland. O! als hun grootvader Kario sprak van ’t onrecht, door de blanken over zijn volk gebracht, dan sidderde hij als de waringin bij het aanbreken van een hevigen storm, dan gloeiden zijn oogen als die van den tijger in de diepte van den nacht en schokte zijn borst als de aarde schudt bij het uitbarsten van een vulkaan! Daarom hieliden Paq Rana en Njai Rana niet van de blanken en waren vooringenomen tegen de leer, die de Toewans uit het Westen hadden meegebracht. Christen worden mocht hun Waliman dus niet, maar leeren, dat moest hij en daarom lieten zij, schoon niet zonder tegenzin, hun veertienjarigen lieveling gaan naar de blanke mannen te Moentilan, naar de blanken, die „Pastoor” heetten en die beter schenen te zijn dan vele andere, die over de zee naar hun land gekomen waren.

Waliman zelf dacht er wel eenigszins anders over. Éénmaal slechts was hij met de tien-jarige Soeginah, zijn eenig zusje, stilletjes gaan luisteren naar Soemardi, den catechist. En deze had toen verteld van Goesti Jesoes, hoe Hij als klein kindje in den tijd van den West-moesson in een konden beestenstal had willen geboren worden en hoe Dèwi Maria bedroefd was, dat zdj haar Kindje in een harden voederbak op stroo had moeten nederleggen: zóó mooi, dat ook de rakkerige Soekra Djapawiro er stil bij geworden was. En hijzelf was boos geweest, héél boos op den Radja van het land, waar Goesti Jesoes geboren was, omdat hij het kleine Kindje zoo wreed had willen vermoorden. En Waliman wist, dat hij dat alles nog veel mooier hooren zou, en daarbij nog vele andere verhalen van het Kindje, dat ter liefde van Waliman ter wereld was gekomen, als hij maar gaan kon naar de lorang belanda van Moentilan. Zeker, ’t was hem ook wel niet ontgaan, dat zijn ouders niet wilden, dat hij Christen worden, zou, maar, als hij maar goed leerde en knap werd, dan zouden zij zich verheugen en graag naar Waliman luisteren en dan . . . ~1 dan zou hijzelf hun van Jezus en Maria vertellen en zij zouden

6

Sluiten