Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den 22sten Februari 1584 te Goa weer scheep ging met de prinsen, juist twee jaar na het vertrek uit hun vaderland.

Buitengewoon voorspoedig verliep dit gedeelte van de vaart. In April kwam Natal in zicht; in Mei zeilde de „St. Jacob” om de Kaap. Daar wordt op eens door den uitkijk een eskader zeeroovers gesignaleerd. Wat te doen? Zou een wanhopige verdediging ook maar eenige kans van slagen hebben? De kaperschepen naderen al meer en meer .... eensklaps veranderen zij om onbegrijpelijke redenen van koers en de „St. Jacob” is gered. Den lOden Augustus 1584 stapte P. Mesquita te Lissabon aan wal.

Reeds den volgenden dag begaven de gezanten zich naar Kardinaal Albertus, Gouverneur van Portugal, om hun geschenken aan te bieden. Hier begint een ononderbroken triomftocht dooT Portugal en Spanje. Te Madrid verschijnen zij in nationaal Japansch kostuum voor Philips 111, die hen als prinsen van den Woede in prachtige audiëntie ontvangt. Gehuldigd door de Universiteit van Alcala met koninklijke eer, begeven zij zichj te Alicante op een door den koning zelf aangeboden zeilschip, om naar Italië over te steken. Met begrijpelijke dankbaarheid bereikte men den Isten Maart 1585 de reede van Livorno.

Ook hier dezelfde eerbewijzen als in Spanje. Maar hun doel is niet gevierd en gehuldigd te worden. Daarom, in de nabijheid van Rome gekomen, wachten zij den avond af, om in gesloten rijtuig, dat door twee eompagnieën Pauselijke ruiters begeleid nauwelijks zijn zij de poorten voorbij daar schettert klaroengeschal in de stille nacht en verkondigt de aankomst van het Japansch gezantschap. Een dichte menigte verdringt zich om het rijtuig, dat door twee compagniën Pauselijke ruiters begeleid naar ’t Professenhuis der Sociëteit van Jezus.

P. Claudius Aquaviva te midden van 200 zijner religieuzen verwelkomt Mancio Ito, Michaël Cingina, Julius Nacaura en iMartinus Farami officieel als Overste der Orde, wier grootste Apostel Xaverius aan koning Civandono van Bungo de goddelijke waarheden had verkondigd, wier leden "de koningen en hun afgezanten in de H. Kerk hadden opgenomen. Dan worden de poorten der kerk geopend: onder de blijde tonen van ’t Te Deum knielen allen neer voor het tabernakel om den Meester te danken, die heerschen zou tot aan de uithoeken der aarde. Daags daarop werden de gezanten bij de stadspoorten afgehaald ter plechtige audiëntie bij Gregorius Xlll. Voorop in

Sluiten