Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat geld werd hem in de hand geteld, maar helaas, denk hier niet aan edelmoedige hulpvaardigheid. De desaman moet tabaksplantjes gaan koopen, ginds ver weg op het plateau van Diëng maar met de opbrengst van zijn tabaksoogst zal hij borgstaan voor kapitaal en rente. Rente ja! honderd, honderd vijftig procent. Als de oogsttijd gekomen is, worden de bamboemanden met tabak gevuld het erf van den hadji opgedragen en die tabak zal hij voor goeden prijs verkoopen. Gelukkig de landman, wanneer ten minste, ten gevolge van feesten, dobbelspel, diefstal of ziekte niet zijn rijstvelden zelf in de handen van den hadji overgaan!

En nu rijdt de Mekka-pelgrim statig de desa binnen om zijn oogst: de rente van het hier en ginds geleende geld, in te zamelen, of hij zit op het erf zijner woning en telt ze één voor één de binnengedragen zakken rijst of manden tabak.

Ja, de hadji wordt geëerd, hij wordt gevreesd, want hij, de hadji, is rijk en steeds wordt hij rijker.

Maar Mohammed verbood toch woekerpraktijken. Dat is waar, doch waren Aboe-Bakar en Abbas, trouwe leerlingen van den profeet, niet rijk, waren zij niet rijk geworden door woeker ? En bidt hij, de hadji, niet vijf maal per dag met het gelaat naar het westen, is hij geen trouwe moskee-bezoeker, spuwt hij niet het speeksel uit den mond gedurende de maand Ramadhan, om de vastenwet niet te overtreden ?

Begrijpt ge, dat onze hadji niet de vriend is van den godsdienst van Isa (Jezus), ofschoon de Koran met lof gewaagt van den profeet der Christenen?

Het beeld van den Mekka-ganger, dat ik u probeerde te schilderen, is dat van den hadji, zooals we hem hier meestal ontmoeten, in de desa, langs de wegen. Gelukkig niet allen, die heengegaan zijn naar het heilige Mekka, keeren terug als parasieten der Javaansche bevolking. Er zijn er ook, die terugkomen, wel is waar bezield met den vurigen Islamitischen geest, maar niet bedacht op eigen stoffelijk voordeel, menschen die even hard werken op de sawah, met een eenvoudig kleed om de lendenen, die arm zijn en blijven. Misschien is hun aantal groot. Dergelijke hadji’s zullen den pastoor vriendelijk bejegenen, hun desagenooten opwekken tot vroomheid.

Sluiten