Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alleen in de nachten van de middernachtszon, maar ook in de dagen van den wintertijd, vaak maandenlang, dan hangt er hier een vaal en somber wintergrauw.

En dit volk weerspiegelt in z’n aanleg en z’n zielestijl zijn eigen land.

Het grauwe, het doode en doodelijke grauw, ziedaar helaas, voor velen althans, de ziekte van den godsdienstzin op Ijsland.

Het is niet wit, het is niet zwart: ’t is vaag, 't is grauw.

De diepe kloof, die bij ons Hollanders bestaat tusschen katholiek en niet-katholiek, maakt dat de zoekers, die een richting kiezen, vast en bewust besluiten moeten : Ja óf neen. Den overgang van niet-katholiek tot katholiek voelen zij als een zoo totale, zoo absolute verandering, dat voor een besluiten daartoe een zeer besliste en krachtige wils-daad wordt gevorderd. Maar is eenmaal de stap gedaan, dan heeft hij een zeer klare en bewuste geloofsovertuiging; en weet zich sterk onderscheiden van allerlei andere richtingen.

Maar de IJslander kent geen religie-verdeeldheid ; hij is volkomen onverschillig omtrent princiepen van anderen: hij gist: dat andere zal wel zoo veel niet schelen van het zijne. Waartoe zou hij besluiten tot iets anders ? Zoo blijft hij slap en laksch en komt zeer zelden tot een daad van waarlijk kloek besluiten.

Deze onvastheid van eigen overtuiging begint intusschen toch aan velen een gevoel van onverzadigdheid en onvoldaanheid te geven, vooral nu door nauwer verband met de Europeesche wereld, ook allerlei stroomen van „moderne ideeën” naar Ijsland samenkomen. (Wordt vervolgd.)

Sluiten