Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te doopen, en den pasbekeerden biecht te hooren, om allen ten minste het wapen des gebeds ter hand te stellen.”

Zoo ging het van dorp tot dorp. De missie was vernietigd. Vijftien Huronendorpen werden in puinhoopen veranderd; de inwoners, die zich nog hadden kunnen redden, doolden rond in de bosschen. Meerdere staties werden door de Huronen zelf in brand gestoken, opdat de Irokeezen zich daar niet zouden kunnen vestigen. Op vlotten en een in allerijl gebouwd schip staken de overlevenden over naar het eiland Sint Jozef. Daar, ontdaan van alles, brachten zij een verschrikkelijken winter door. Honger en pest maakten onder dit arme volk zeer vele slachtoffers en nog erger verging het den hier en daar verspreiden Huronen, die de verzorging en aalmoezen der missionarissen niet konden ontvangen.

Toen de lente aanbrak en de zonnewarmte de sneeuw op de bergen deed smelten, braken half-verhongerde Huronen op, om in de bosschen van het vasteland een paar eikels te zoeken of om aan een zonnigen oever de vischvangst te beproeven. Irokeezen maakten weliswaar de bosschen onveilig, maar de honger scheen hun verschrikkelijker dan de vrees voor de marteling. Het Huronmeer was nog bedekt met een twee a drie voet dikke ijslaag, maar deze was ongelijk en broos. Nauwelijks waren de wilden aan de nastarende oogen der missionarissen onttrokken, of het ijs brak onder de menigte en het diepe meer verslond vele slachtoffers. De anderen redden zich: alleen vele grijsaards en kinderen bleven uitgeput in hunne natte kleederen op de ijsschollen liggen en vonden aldus een vreeselijker dood dan in de wateren. Zij, die gelukkig de kust bereikten, hadden een betrekkelijk rijke vischvangst en de arme uitgehongerde menschen begonnen weer een weinig bij te komen, t Zou echter niet van langen duur zijn. Weldra, op den vooravond van Maria Boodschap, 1650, werden zij door hun doodsvijanden, de Irokeezen overvallen en op gruwzame wijze gedood. Slechts één kon zijn leven redden.

Slag op slag volgde nu.

De angst voor de gruwelen der Irokeezen hield de Huronen, die in het fort Sinte-Maria waren achter gebleven, een tijdlang gevangen. Van buiten dreigde de vijand, binnen de wallen heerschte de honger. „De honger drijft de wolven uit de wouden”.

Sluiten