Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maand de boot van Reykjavik ; en ’s winters nu en dan de post, die trouw te paard, door felle kou en sneeuwjachten, zijn moeilijk werk verricht. Maar ook in Reykjavik, in huizen van aanzienlijke Lutheranen, vindt men nog nu en dan een groot Madonna-schilderij mild-vriendelijk aan den wand. Ze zijn niet katholiek, maar een Fra-Angelico is mooi en een Madonna is zoo sympathiek. En ’n IJslander heeft zoo’n behoefte aan teederheid en aan ’t verwarmende gevoel, zooals hij ook de warme bronnen niet zou kunnen missen in zijn land.

En naast ’t gevoel voor schoon, blijft diep en hecht ’t gevoel voor t vaderland en zijn historie. Geen volk wellicht, dat zoo gaarne dweept met vaderlandsche helden. Ook dit kan helpen voor ’t bekeeringswerk.

Toen, eenige jaren geleden, de driehonderd vijftigste gedenkdag werd gevierd van ’t sterfjaar van IJsland’s grootsten bisschep, Jan Orason, die om wille van het katholiek geloof, in de woeste dagen der Hervorming, was gemarteld, werd te Reykjavik, in ’t katholieke kerkje, op verzoek van IJsland’s rijksbestuur een plechtige dienst gecelebreerd, waarbij de eigen misgewadrn van den heren bisschop uit het museum werden te voorschijn gehaald en ten toon gesteld. Alle landsautoriteiten waren daar aanwezig, en het kerkje was overvol. Heel de Luthersche bevolking vierde mee den feestdag van den grooten Roomschen held en IJsland’s beroemden zoon, eertijds door Lutheranen zelf gedood. Men ziet, zij staan niet meer vijandig nu. Integendeel. Maar zijn ze Roomsch ? ■Volkomen Luthersch zijn ze ook niet meer. Es war nicht Tag, es war nicht Nacht, es war ein eignes Granen.

Zal het dan altijd zoo blijven ? Ligt het dan zóó in den IJslandschen aard, om altijd onbestemd te leven in een nevelig en vaag geloof, zoo doodsch en somber als de grauwe lucht boven hun land ?

■We gaven reeds eenige licht-punten aan en we blijven hoopvol den toestand van Ijsland „veelbelovend” noemen.

Welke vooruitzichten er, menschelijkerwijze gerekend, schijnen te zijn op een spoedige verandering ten goede en een ontwaken uit den staat van verdooving en onverschilligheid, hopen wij bij een volgende gelegenheid uiteen te zetten.

Voorloopig zij het ons vergund, den lezers van den St.-Claver-

Sluiten