Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

allen besloten om de negen eerste-vrijdagen te houden. Monica deed natuurlijk ook mee. Den volgenden eersten-vrijdag trok een heele stoet in de morgenkoelte naar de kerk en Monica zette bij haar thuiskomst een dikke krijtstreep op een balk in haar hutje: Dat was no. 1. De nummers twee en drie volgden, maar, arme stakkerd, den dag dat het vierde streepje moest komen, vergat ze naar de kerk te gaan, Wat een teleurstelling! Och ja, haar oude hoofd kon dat allemaal niet onthouden en het arme vrouwtje kwam haar nood klagen bij den pastoor. Het was niet heel lastig haar over te halen opnieuw te beginnen.

Een tijd later stonden op denzelfden balk naast de drie streepjes die hun waarde verloren hadden weer drie streepjes, een vierde kwam erbij, maar voor de tweede keer liep het mis, want den vijfden eersten-vrijdag sloeg het stumpertje bij vergissing weer over. Velen zouden den moed verloren hebben, maar Monica niet. Het was toch ook zoo mooi; je kwam dan immers zeker in den hemel en wat zou je daar niet voor over hebben!

Opnieuw groeide langzaam het aantal streepjes aan en als ze ’s avonds, na den heelen dag rijst gestampt te hebben, thuis kwam, telde ze trouw de streepjes. Eindelijk kon ze blij zeggen: „De volgende week komt nummer zeven, dan nog acht en negen en dan is ’t klaar”.

De volgende week kwam ; ’t werd Maandag, Dinsdag, dag en nu werd Monica ziek. Haar beenen zetten weer op, ze kreeg koorts en lag bevend in haar hutje op de ambèn. „Als ik Vrijdag maar weer beter ben ” dacht ze en ze bad: „Goesti, Vrijdag moet ik naar de kerk gaan, maak me beter, Goesti. Dèwi Maria, Vrijdag moet het zevende streepje komen, genees me”. Ze nam haar rozenkrans en terwijl ze bad dacht ze aan den eersten-vrijdag; als ze eens niet beter werd, dan zouden weer zes „streepjes verloren raken ”. Den heelen slapeloozen nacht warde die gedachte door haar hoofd; wat was ze onrustig en wat had ze ’t benauwd. Nu eens was ’t of ze iets moest pakken, dat telkens haar ontglipte als ze t bijna had; dan weer was ze in de kerk, de H. Communie werd uitgereikt, ze maakte een sembah')

Sembah, een eerbiedige groet, welke gebracht wordt door de tegen elkander aangedrukte handen ter hoogte van het voorhoofd op te heffen, terwijl men de duimen tegen den neus houdt.

Sluiten