Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Den volgenden morgen na ’t ontbijt ging ik aanstonds naar P. Rector om verlof te vragen voor ’n bezoek aan vader. Goedgunstig werd ’t me toegestaan.

Na de Hoogmis vertrok ik onmiddellijk en stapte tegen elven op ’t station uit, dat ’t dichtst bij mijn dorp ligt. Zoo vlug mogelijk spoedde ik me naar ons huis, dat ik na ’n half uurtje loopens bereikte.

Daar ik op ’t voorerf niemand zag of hoorde, trad ik huiverend binnen. Vader lag op de ambèn uitgestrekt. Vreemd vond ik ’t, dat niemand bij den zieke zat; maar nog vreemder, dat vader er heelemaal niet ziek uitzag. Alleen zijn oogen stonden droevig.

„Dag, vader. Hoe gaat ’t met u?” vroeg ik ongeduldig.

„Wees kalm, jongen. Ik ben weer wat bijgekomen. Mijn eetlust is weer teruggekeerd. Op ’t oogenblik is alle gevaar geweken.

Spoedig kwam nu ook moeder binnen, terwijl ’n bediende met thee en vruchten volgde.

„Kind”, sprak moeder, „ik weet, dat je veel houdt van doerians (’n heerlijke, frissche vrucht). Deze heb ik zelf van morgen voor je gekocht. Ze zijn voor jou alleen bestemd. Je lust ze toch wel?”

„Ja, heel graag, moe”, antwoordde ik. „Maar wat scheelt vader toch?”

Moeder wist niet goed wat te antwoorden en ontweek mijn vraag, ’n Oogenblik pijnlijke stilte volgde.

„Jongen , zei vader eindelijk, „ik ben ziek geworden, omdat mijn hart bedroefd is. Jij en je broer zijn Christen. Vroeger toen ge nog klein waart, was ik er niet op tegen, dat jullie elke week naar de kerk gingen. Nu je echter volwassen bent, moogt ge geen Christen meer blijven. Ce weet heel goed, ik behoef t niet te zeggen dat de Mohammedaansche godsdienst de schoonste en de eenig-ware is. Daarom beleed hem je grootvader en daarom belijd ook ik hem. Verleden maand ben ik in Magelang geweest om je broer te bezoeken. Eiken morgen zag naar de Christen-kerk gaan en daar was ik bedroefd over. Zie, kind, wat voorbij is, is/ voorbij. Je mag zeker de pastoors dankbaar zijn en hoeft hen piet te verlaten, maar hun

Sluiten