Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klopte, en met de leiding is de Franciscaner-Orde belast, daar deze de zorg voor de melaatschen als ’n bijzondere erfenis van haar stichter beschouwt.

Gelijk de vereeniging alle Christenen omvatten wil, zoo zullen ook de melaatschen-inrichtingen van alle Orden en Genootschappen in gelijke mate ondersteund worden. De vereeniging wendt zich dus tot allen, bijzonder echter tot de rijken en tot hen, die met de geneeskunde in nauwe betrekking staan, want ’t streven is, niet enkel geld, maar ook geneesmiddelen te verschaffen en de geneeskundige wetenschap tot ijverig onderzoeken der ziekte aan te sporen. Daarom is aan het liefdewerk ook een wetenschappelijke afdeeling toegevoegd en zal er een eigen tijdschrift worden opgericht. Wie 1000 Lire of meer stort, verkrijgt het diploma van „stichter”; wie minstens 500 Lire geeft, ontvangt den titel van „verdienstelijk lid”; wie met minstens 100 Lire steunt, heet „weldoener”; de overigen zijn „vrienden der arme melaatschen”. Zetel van de vereeniging is het internationale Franciscanencollege te Rome, via Merulana 124.

Op den s«n November werd het Liefdewerk georganiseerd. Eere-president is de Hoogeerwaarde P. Bernardinus Klumper, Generaal der Franciscanen; president: Dr. D’Amato; de leiding berust bij P. C. Silvestri, O. S. F., die den titel van Directeur en Secretaris voert. Hij wordt bijgestaan door een raad van 5 leden: 3 Franciscanen, 1 Capucijn en 1 Picpuspater. Het tijdschrift „Le Missioni Francescana” zal verslag uitbrengen over de inkomsten en het aanwenden der gelden in de missies. Den Ifen November had in tegenwoordigheid van hooge Prelaten, Ordesgeestelijken en Zusters, van Dokters, Professoren en studenten de feestelijke opening van het „Hulpwerk” plaats.

leder edeldenkend mensch zal zich oprecht verheugen, dat dit werk tot stand kwam en het van ganscher harte volledig succes wenschen.

Als de Missionarissen en Zusters in de missie, en naastenliefde en wetenschap in het vaderland in edelen wedstrijd hunne krachten vereenigen, gelukt het misschien langzamerhand, den verschrikkelijken geesel der melaatschheid uit de wereld te helpen. (Verg. Le Missioni Francescana 1923, 312-365-387.)

Sluiten