Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verwacht. Met een petroleum-lantaarn, schommel-hangend aan de hand, gaan we op weg door de duisternis. Stapje voor stapje ontdekt het rossige petroleumlicht den weg, dien we moeten volgen. Waarheen? Naar één der geëerde families in de stad! Drie dagen geleden is het huisgezin een zoontje rijker geworden, en nu is het de dag, waarop de pasgeboren kleine een naam krijgt. Bij die gelegenheid geeft de huisvader dit feest.

We gaan een poort binnen en staan voor een open gebouw, de pendapa, welke een weerschijnbron vormt voor de omgevende duisternis. Daar in die bron van schemerglans badend zit de gastheer, schimmig tegen een van de vele schrale houten pilaren en vóór hem de uitgenoodigde gasten in een eenigszins voorover gebogen houding. Kom, we sluiten ons bij hen aan. Er ligt immers nog een breed vlak van de zitmat blank.

Komen er nog meer gasten? Zie, daar doemt aan de poort rossig lichtgefonkel op, vlak daarna nog eens, dan nog eens. Het zijn de lantarens van de overige genoodigden.

Eindelijk uit de verte, door de duisternis heen, bonst een zwaar dof gebeuk op een uitgeholden boomstam negen malen: ’t Is negen uur.

Plots wordt de aandacht der aanwezigen afgeleid door de verschijning van een man, die al hurkende zich voortbeweegt tusschen de gasten door naar het midden van de pendapa. In zijn armen draagt hij sierlijk een eerbiedwaardig groot boek. Het is de zanger!

„Babad Nitik! Babad Nitik!” zoo plant zich een gefluister onder de gasten voort.

„Babad Nitik” is een gedicht over één der beroemdste vorsten van Mataram, Soeltan Agoeng, den grooten Sultan.

De zanger plaatst zich dan voor een lagen lessenaar, slaat ’t lijvige boek open, kucht zachtjes een paar malen en zingt met zijn volle, soepele stem uit het boek, van de eene bladzij in de andere, verhalend, nu eens droevig dan blij, naar gelang de passages.

Sommige gasten keeren hem al gauw den rug toe, vormen kaartpartijen en worden heelemaal in beslag genomen door de bewegingen van hun petiterige kaartjes en vergeten alles. Anderen echter zitten in een kring vóór den zanger te luisteren.

Sluiten