Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE „PLECHTIGHEDEN” VAN HET DOOPSEL

DOOR F. STRATER SJ.

■pastoor, kunt U aanstonds een kind komen doopen I in dessa Djaraka”, vroeg één der onderwijzers na I de H. Mis op één der dienstplaatsen. „Ik zal komen”, I was het antwoord. „Maar ik geloof, dat er twee heidenen te doopen zijn". „Dat tweede kind kan ook wel gedoopt worden”.

De Pastoor trok naar de dessa toe. Daar aangekomen vroeg hij aan één der katholieken: „Moeten er hier twee kinderen gedoopt worden?”

„Wel drie”, antwoordde hij; „ik zal de moeders even waarschuwen, dat ze hun kinderen naar mijn huis brengen”.

Na eenigen tijd kwamen vier moeders met ieder een kind van ongeveer twee jaar op den arm, opdagen. „Pastoor, er zijn 4 kinderen te doopen”, zeide de katholieke man. „Die vier kinderen kunnen allen gedoopt worden”, was het antwoord.

De Pastoor bracht alles in gereedheid voor het doopsel. Twee der doopelingen begonnen al bedenkelijke teekenen van grooten angst te geven.

Daar kwam nog een vijfde moeder zich met haar kind van twee jaar aanmelden; ook dit moest gedoopt worden. Dat kon er nog wel bij.

’t Had heel wat moeite in, om die dessavrouwen katholieke namen, ook de eenvoudigste, te doen uitspreken en vooral te doen onthouden. Ondertusschen werd er al eenig gehuil gehoord.

Nauwelijks waren de eerste ceremonies begonnen, of twee

Sluiten